Korte gedichten


Loslaten

De wereld houdt mij vast
In ketenen van hebzucht
In zucht naar materialisme;
Haar zoetgevooisde stem
Klanken van waarachtigheid
Zo aanlokkelijk, zo hemels
Zweven mij tegemoet
En verleiden mij welbewust
Mij te storten in haar armen –
Ach, bindt mij vast!
Met touwen van zelfbewustzijn
Met kabels der vrijheid
Want haar ogen zijn vals
En mijn ego is zwak –
Ach, bindt mij vast
Met banden van liefde…
Tot goddelijk inzicht mij leert
Dat ík het ben
Die de wereld vasthoudt
Dat ik niet meer hoef te doen
Dan mijn armen te openen
Om de wereld los te laten
En de liefde te ontvangen.

Doods

Zwijgend achter een raam
naar buiten staren
en niet eens zien
hoe het leven voorbijtrekt
zonder één blik
naar binnen te werpen:
een uitnodiging aan de dood
eens snel aan te gaan


Verstild

De regenboog rekt zich uit
en legt zich neer op mijn graf
zacht neuriet hij een lied
over liefde en hoop:
verstilde woorden van een stem
die niet schreeuwen kan


Blanco

Wat ik níet op papier zet
is het meest spraakmakende
want alleszeggend

Breuk

‘Tot de dood ons scheidt’
woorden vol zinloosheid
want het is niet de dood
die ons uiteenrukt
maar het ontbreken
aan liefde en respect


Pic St. Loup

Je wolvenkop is in nevelen gehuld
geen mens die ziet
dat je je tanden ontbloot
ach, laat die grijze mist
toch nog alsjeblieft even daar
want anders zal men zien
als jouw lijf beschenen wordt
door gouden zonneschijn
dat je in werkelijkheid
niet meer dan een lammetje bent

Waaiertjes



– Waarom het heden altijd nú is –
Het heden sleept altijd en oneindig het verleden met zich mee: loodzwaar hangt de laatste aan het heden, en aan de andere kant is de toekomst nog te jong en te zwak om het heden van zijn plaats te krijgen.

– Het bestaan als wonde –
Het bestaan is een eeuwige, open wonde. Zij bloedt, zij ettert, en we lijden er allemaal onder. Voor de één is de dood het geneesmiddel, voor de ander het geloof. Noch de dood, noch de goden zijn echter in staat de wond te dichten; hoogstens kunnen zij de pijn draaglijker maken, want Morpheus strooit de lijder zand in de ogen.
Besefte de mens maar dat genezing vanuit hemzelf kan komen; in hem, verborgen in het hart en de ziel, leven namelijk liefde en respect, hoopvol wachtend tot zij de mens kunnen verlossen van de ondraaglijkheid van het bestaan, ja!, tot zij de wonde kunnen genezen, die ontstaan is door de meest woekerende ziekte: begeerte!

– Zij schreed voorbij –
Allen keken naar haar om toen zij voorbij schreed, waarbij het scheen alsof haar voeten de aarde niet raakten; ja, zowel mannen als vrouwen konden hun ogen niet van haar af houden. Zij was dan ook een bijzondere verschijning, in schoonheid niet te overtreffen. Doch het meest van al wat de mensen trof was de kracht die zij uitstraalde.
Werkelijk iedereen merkte haar op, maar niemand – en dát is het meest verbijsterende –, niemand herkende in haar de Waarheid!

– Geloof (1) –
Zodra mijn geloof bewezen wordt, is het overtuiging geworden; - waarmee gezegd is dat kennis de moordenaar van het geloof is.

Geloof (2) –
De mens van deze tijd bevindt zich in een fase tussen ‘geloven’ en ‘weten’. Hij gelooft dat hij weet, maar in werkelijkheid gelooft hij niet meer, en weet hij nog niet.

– Vaccinatie (1) –
Je gezondheid is één reden om je NIET te laten vaccineren; je onafhankelijkheid, dus je vrijheid is een andere.

– Vaccinatie (2) –
De internationale overheden zetten het meest dodelijke wapen in: vaccinatie! En het volk? Zoals het zeventig jaar geleden massaal de arm strekte om een illusie te volgen, zo strekt het nu de arm voor een prikje; maar ook nu volgt het volk een illusie.

– Moraal –
Zelfkennis is het fundament van de moraal; vandaar dat de moraal op instorten staat…

– Vriendschap (1) –
Vriendschap is een wolk die hoog aan de hemel voorbijtrekt; en er naar kijkende zie je hoe de zon haar verdampt…

– Vriendschap (2) –
Vriendschap is als losscheurend ijs aan de poolkap; het drijft weg en het smelt. Uiteindelijk is er niets meer van te zien.

– Descartes –
Alles wat of waaraan ik denk bestaat. Dit is een geheel ander uitgangspunt dan het ‘ik denk, dus ik ben’, want het kan betekenen dat alles bestaat behalve ik; een universum van objecten zonder subject!

– Bestaan –
Het bestaan is een archetypische overlevering; de idee van het bestaan – ofwel het bestaan van het bestaan – is ons opgedrongen door onze voorouders. De inbeeldingen zijn vanaf het allereerste begin van de mensheid in de menselijke ziel gebrand, waardoor het bestaan een oerbeeld geworden is in het collectief onbewuste. Dit houdt in dat de existentie historisch van aard is, en ons geen garantie op de toekomst biedt.

– Stilte (1) –
Mijn ogen zijn op zoek naar een verstild beeld van de liefde, zodat ik haar kan omhelzen, vasthouden in de leegte der onvergankelijkheid.

– Stilte (2) –
Het geschreeuw in de wereld is als een wervelstorm: in de kern is er stilte.

– Stilte (3) –
Een goed gesprek is woordloos.

– Stilte (4) –
De wereld zal ten onder gaan aan een Babylonische spraakverwarring als wij woorden nodig hebben om elkaar te begrijpen.