Waaiertjes



– Waarom het heden altijd nú is –
Het heden sleept altijd en oneindig het verleden met zich mee: loodzwaar hangt de laatste aan het heden, en aan de andere kant is de toekomst nog te jong en te zwak om het heden van zijn plaats te krijgen.

– Het bestaan als wonde –
Het bestaan is een eeuwige, open wonde. Zij bloedt, zij ettert, en we lijden er allemaal onder. Voor de één is de dood het geneesmiddel, voor de ander het geloof. Noch de dood, noch de goden zijn echter in staat de wond te dichten; hoogstens kunnen zij de pijn draaglijker maken, want Morpheus strooit de lijder zand in de ogen.
Besefte de mens maar dat genezing vanuit hemzelf kan komen; in hem, verborgen in het hart en de ziel, leven namelijk liefde en respect, hoopvol wachtend tot zij de mens kunnen verlossen van de ondraaglijkheid van het bestaan, ja!, tot zij de wonde kunnen genezen, die ontstaan is door de meest woekerende ziekte: begeerte!

– Zij schreed voorbij –
Allen keken naar haar om toen zij voorbij schreed, waarbij het scheen alsof haar voeten de aarde niet raakten; ja, zowel mannen als vrouwen konden hun ogen niet van haar af houden. Zij was dan ook een bijzondere verschijning, in schoonheid niet te overtreffen. Doch het meest van al wat de mensen trof was de kracht die zij uitstraalde.
Werkelijk iedereen merkte haar op, maar niemand – en dát is het meest verbijsterende –, niemand herkende in haar de Waarheid!

– Geloof (1) –
Zodra mijn geloof bewezen wordt, is het overtuiging geworden; - waarmee gezegd is dat kennis de moordenaar van het geloof is.

Geloof (2) –
De mens van deze tijd bevindt zich in een fase tussen ‘geloven’ en ‘weten’. Hij gelooft dat hij weet, maar in werkelijkheid gelooft hij niet meer, en weet hij nog niet.

– Vaccinatie (1) –
Je gezondheid is één reden om je NIET te laten vaccineren; je onafhankelijkheid, dus je vrijheid is een andere.

– Vaccinatie (2) –
De internationale overheden zetten het meest dodelijke wapen in: vaccinatie! En het volk? Zoals het zeventig jaar geleden massaal de arm strekte om een illusie te volgen, zo strekt het nu de arm voor een prikje; maar ook nu volgt het volk een illusie.

– Moraal –
Zelfkennis is het fundament van de moraal; vandaar dat de moraal op instorten staat…

– Vriendschap (1) –
Vriendschap is een wolk die hoog aan de hemel voorbijtrekt; en er naar kijkende zie je hoe de zon haar verdampt…

– Vriendschap (2) –
Vriendschap is als losscheurend ijs aan de poolkap; het drijft weg en het smelt. Uiteindelijk is er niets meer van te zien.

– Descartes –
Alles wat of waaraan ik denk bestaat. Dit is een geheel ander uitgangspunt dan het ‘ik denk, dus ik ben’, want het kan betekenen dat alles bestaat behalve ik; een universum van objecten zonder subject!

– Bestaan –
Het bestaan is een archetypische overlevering; de idee van het bestaan – ofwel het bestaan van het bestaan – is ons opgedrongen door onze voorouders. De inbeeldingen zijn vanaf het allereerste begin van de mensheid in de menselijke ziel gebrand, waardoor het bestaan een oerbeeld geworden is in het collectief onbewuste. Dit houdt in dat de existentie historisch van aard is, en ons geen garantie op de toekomst biedt.

– Stilte (1) –
Mijn ogen zijn op zoek naar een verstild beeld van de liefde, zodat ik haar kan omhelzen, vasthouden in de leegte der onvergankelijkheid.

– Stilte (2) –
Het geschreeuw in de wereld is als een wervelstorm: in de kern is er stilte.

– Stilte (3) –
Een goed gesprek is woordloos.

– Stilte (4) –
De wereld zal ten onder gaan aan een Babylonische spraakverwarring als wij woorden nodig hebben om elkaar te begrijpen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten