Onderstaand artikel is in het juni nummer 2010 van het tijdschrift 'Spiegelbeeld' (http://www.spiegelbeeld.nl/) gepubliceerd.
Het ‘Zijn’ als losscheurend ijs
Smeltende ijskappen op de polen en de gletsjers; met donderend geraas stort het losscheurende ijs in het blauwe water. Gouden zonnestralen dirigeren het ballet van opspattende en weer in hun geheel terugkerende zeedruppels. IJsschotsen drijven langzaam af, laten zich meevoeren met de stroming van de zee; als een Odyssee naar onbekende oorden, cyclopen en cyclonen trotserend. Nader tot de horizon die nooit zal worden bereikt. Verder en verder verwijderen zij zich, worden kleiner, en raken uiteindelijk uit het zicht. Wij menen dat zij van de wereld zijn…
Als losscheurend ijs drijft het ‘Zijn’ van velen van ons af naar een horizon die de wereld omvat. Computers en mobieltjes hakken stevig in op ons bestaan. We zijn zo geobsedeerd door de aantrekkingskracht van deze apparaten, dat we niet meer in de gaten hebben dat wij almaar verder van ons ‘Zijn’ verwijderd raken. We staan met deze verleiders op, we gaan er mee naar bed, en daartussendoor kronkelen wij ons in de vreemdste bochten om hen vooral niet uit het oog te verliezen. We lopen over straat met het mobieltje aan het oor of al twitterend kijken we naar het schermpje in onze handen zonder onze omgeving waar te nemen. Als zombies die opgestaan zijn uit de tombes op het kerkhof van de leegheid verplaatsen wij ons van de ene plek naar de andere, van het begin- naar het eindpunt. Maar de weg die de verbinding vormt gaat geheel aan ons voorbij.
Wij zijn zo druk bezig met communicatiemiddelen, dat er geen aandacht meer is voor communicatie! Op straat kijken wij elkaar niet meer aan. Wij lopen, snellen, rennen langs elkaar heen zonder aandacht voor elkaar. Er wordt niet meer gegroet, niet meer recht in de ogen geschouwd. Praten is slechts nog mogelijk via een sms-bericht of Twitter. Druk kletsend via een microfoontje en het oordopje nog wat dieper in de oorschelp duwend merken wij niet dat er steeds meer lagen om de kern, het ware ‘Zijn’, heen worden gebouwd. Door de nieuwe communicatiemiddelen lijkt de wereld kleiner, het contact tussen de mensen intenser te worden. Wij staan in direct en constant contact met elkaar. Er wordt ‘gegoogled’ (ach, het woord alleen al!), zoniet, dan wordt er wel ‘getwitterd’ (mijn god!) of via Youtube, Hotmail Live Messenger, Facebook, Hyves of welke andere naam er aan de dodelijke spin gegeven kan worden gezocht naar vrienden en kennissen die wij zojuist op kantoor, school of straat nog tegengekomen waren. We raken verward in de kleverige draden van het web.
Zonder de aanwezige huisgenoten nog te groeten – hoogstens misschien een kort, snel knikje – zetten wij ons direct na thuiskomst achter de computer. Kilheid, afstandelijkheid en eenzaamheid moeten de leegheid vullen die gecreëerd is door de aanbieders van internet, computers, mobieltjes en Ipods. Aandacht wordt slechts nog gegeven aan het scherm en het toetsenbord. Snel een hap naar binnen werken, want aan de andere kant van het scherm wordt er op ons gewacht! “Was er nog iets bijzonders vandaag?” “Nee, niets.” Natuurlijk was er niets bijzonders vandaag: het bijzondere valt ons niet meer op, omdat we álles wat om ons heen gebeurt niet meer opmerken. We praten niet meer terwijl we elkaar in de ogen kunnen kijken, we gunnen elkaar geen aandacht meer; we leven meer en meer langs elkaar heen – ook al menen wij dat we méér contact met elkaar hebben. Het is contact via een toetsenbord, contact via een stralend scherm, contact via een nog stralender UMTS-mast. Stralingen die de leegheid in ons vullen met nóg meer leegheid. Meer en meer verwijderen wij ons van elkaar. De lege ruimte van versluierde begeerte, verlangen en onrust dijt uit, alsof het wordt opgeblazen door virtueel egoïsme. Lucht, meer is het niet. Lucht.
Ja, het is waar: de contacten worden veelvuldiger. Maar tegelijkertijd oppervlakkiger. We gaan niet meer met elkaar de verdieping in. Het bewustzijn drijft als een kurk op het verstilde water, doelloos dobberend, passief en gelaten – ongeïnteresseerd meer – de wereld aan zich voorbij laten gaand. Niet met een bord voor de kop – nee, deze is vervangen door een lcd-scherm. Binnen enkele jaren zullen we niet meer weten hoe de natuur ruikt, hoe de lokroep van vogels en herten klinkt…, hoe een mens eruit ziet. Al helemaal zullen we onbekend zijn met het innerlijk van de mens. We gaan eraan voorbij, zien het niet, omdat we het niet kúnnen herkennen.
Internet, mobieltjes, computers: zij rukken ons uiteen. Ons ‘Zijn’ scheurt met donderend geraas los. Nogmaals splitst de mens zich, zoals hij eens de dualiteit ingeworpen werd. Hij was niet meer Eén, zal weldra ook niet meer Twee zijn. Hij valt uiteen: lichaam, ziel en geest van elkaar gescheiden. Het ‘Zijn’ afgedreven, de horizon voorbij. Microsoft, Google, Hotmail, Hyves, Facebook, Yahoo, Apple en Youtube hebben hun taak naar behoren uitgevoerd. De spin met acht poten kan tevreden zijn: zijn web zit vol met slachtoffers, en elke seconde wordt er weer meer in het net gevangen. Zijn honger kent geen grenzen, is niet te stillen. De dodelijke kaken zetten zich in de prooi vast, rukken hem uiteen. Gulzig wordt hij door het beest verslonden – met huid en haar, met mobieltje en computer. Het Pentagon snelt met zijn acht poten over zijn geweven web, begerig naar meer en meer… naar macht. Onwetenden zijn het slachtoffer; zij slapen… Wordt wakker!!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten